|
Behoeden en beschermen.
Mijn vroegste herinnering was toen ik 5 jaar was.
Het was midden in de woestijn in Somalië.
Mijn oma (stief oma) stond op het punt om mij achter te laten bij
andere mensen die ik niet kende.
Beangstigend om daar te blijven was het toen.
Oma, verlaat mij niet alstublieft, heb ik misschien wel honderd keer
herhaald.
Ik wil niet hier blijven, waren de enige woorden die ik kon
uitbrengen , doodsbang was ik. Mijn wanhopige schreeuw om hulp werd
niet gehoord.
Ik rende achter haar aan want ze liep weg, alsof ze me niet hoorde
en ik moest steeds hollen om haar bij te houden.
Omdat ik zo schreeuwde is ze uiteindelijk nog twee keer even
teruggekeerd om me te troosten en moed in te spreken maar ik begreep
het niet.
Waarom moest dit?
Als een klein stipje aan de horizon zag ik haar verdwijnen ik wil
met u mee, ik ken niemand hier, laat mij alstublieft hier niet
achter, blijf ik zeggen.
Mijn kinderzieltje was ontroostbaar en ik huilde dikke tranen maar
ik kon niet mee terug met oma. Zij bracht mij naar familie van mijn
vader die ik nog nooit gezien had.
Het waren wildvreemden voor mij, op een wildvreemde plek, middenin
de woestijn. Urenlang bleef ik buiten en huilde en smeekte.
Mijn conclusie was dat ik iets vreselijks had gedaan, anders was
mijn oma niet weggegaan. Ik ben een slecht kind die niets waard is.
Later dacht ik dat ik ook echt vervloekt was en paste mijn gedrag
daaraan aan, want die drie jaar dat ik daar woonde, is nooit goed
gekomen.
Zoiets laat levenslange littekens na, maar diep in mijn hart wist ik
dat ik niets verkeerd had gedaan.
Toen oma uit mijn ogen verdwenen was, heb ik naar de hemel gekeken
en God gevraagd om vergeving voor mijn ouders. “Oh God, mijn ouders
hebben me steek gelaten, ze hebben iets verschrikkelijk gedaan.
Vergeef hun alstublieft, maar als u toch iemand laat straffen, straf
dan mij in plaats van hen. Als kind voelde ik me duidelijk verstoten
door mijn familie maar ik begreep niet waarom ze zo kwetsend tegen
mij deden.
Alles in mijn prille jeugd was chaotisch en verwarrend.
Ik wilde toen niet alleen mijn ouders behoeden of beschermen maar
alle mensen die op aarde leven.
De bescherming die een kind hoort te krijgen van de ouders is er bij
mij nooit geweest.
Het onrecht, de eenzaamheid en het intense verdriet dat ik toen heb
ervaren is een diepe drijfveer van me geworden.
Ik wil alle mensen beschermen tegen ellende die ik toen en vele
jaren later heb ervaren. Ik heb geen woede maar intens verdriet.
Ik vind dat verdriet iets moois heeft en die mooie kant van verdriet
koester ik. Verdriet is voor mij een bron waar ik veel kracht uit
haal.
Verdriet is voor mij een symbool van ultieme liefde.. Verdriet
brengt me dichtbij de mensen.
Het verdriet van andere mensen raakt me snel.
Door mijn verdriet zie ik de waarde van de mensen en ik hou
grenzeloos van ze.
"Zahra, maart 2009"
 
|